Gebruikelijkheidscriterium werkkostenregeling

De werkkostenregeling kent als uitgangspunt dat alle vergoedingen en verstrekkingen tot het loon behoren. De verstrekking van een voordeel dat kan worden toegerekend aan de dienstbetrekking, behoort in beginsel tot het loon, ook als het niet als beloningsvoordeel wordt ervaren. De werkkostenregeling kent een vrije ruimte van 1,2% van de fiscale loonsom. De werkgever kan vergoedingen en verstrekkingen aanwijzen als eindheffingsbestanddeel, voor zover aan het gebruikelijkheidscriterium is voldaan. De wet geeft geen definitie van het gebruikelijkheidscriterium. Bij het aanwijzen als eindheffingsbestanddeel is de loonheffing voor rekening van de werkgever, voor zover de vrije ruimte wordt overschreden.

De inspecteur moet, als hij van mening is dat vergoedingen of verstrekkingen niet als eindheffingsbestanddeel zijn aan te merken, feiten en omstandigheden stellen die dat standpunt kunnen dragen. Als de werkgever het standpunt van de inspecteur betwist, moet de inspecteur de door hem aangevoerde feiten en omstandigheden aannemelijk maken. Volgens de Hoge Raad heeft de inspecteur niet aan deze stelplicht voldaan door alleen te verwijzen naar de door de Belastingdienst gehanteerde doelmatigheidstoets van € 2.400 per werknemer per jaar.

De totstandkomingsgeschiedenis van de werkkostenregeling biedt weinig aanknopingspunten voor de wijze waarop de inspecteur aan zijn stelplicht kan voldoen. Voor de hand ligt om vergelijkingen te maken met de toepassing van de werkkostenregeling voor andere werknemers van dezelfde werkgever, voor collega’s in dezelfde functiecategorie als de werknemer en voor werknemers bij andere werkgevers.

Hof Amsterdam was van oordeel dat de verstrekking van een groot pakket aandelen aan een selecte groep werknemers niet aan het gebruikelijkheidscriterium voldeed. De toekenning van aandelen had geen betrekking op de vergoeding van werkkosten die door een werknemer daadwerkelijk waren gemaakt, aldus het hof. Anders dan het hof meende, is de reikwijdte van de werkkostenregeling niet beperkt tot vergoedingen en verstrekkingen die een zuiver zakelijk of een gemengd karakter hebben. De Hoge Raad heeft de uitspraak van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar Hof Den Haag.

Gebruikelijkheidscriterium werkkostenregeling

De werkgever kan vergoedingen en verstrekkingen als eindheffingsbestanddeel aanwijzen mits deze niet in belangrijke mate afwijken van wat gebruikelijk is. Dit gebruikelijkheidscriterium wordt verduidelijkt. De omvang van de als eindheffingsbestanddeel aangewezen vergoedingen en verstrekkingen mag niet in belangrijke mate groter zijn dan gebruikelijk is. Als een vergoeding of verstrekking op zichzelf al ongebruikelijk is, zal het ook ongebruikelijk zijn dat deze wordt aangewezen als eindheffingsbestanddeel.
Om te kunnen beoordelen of iets gebruikelijk is, kan ten eerste een vergelijking worden gemaakt met de andere werknemers van de werkgever. Als een werkgever vrijwel de volledige vrije ruimte gebruikt voor een paar werknemers is dat ongebruikelijk. Ten tweede kan een werknemer worden vergeleken met andere werknemers in dezelfde functiecategorie. Bij verschillen zal de werkgever daar een verklaring voor moeten kunnen geven. Vervolgens kan een vergelijking met andere werkgevers in dezelfde sector worden gemaakt. Als vergelijken met een andere werkgever niet mogelijk is wordt de aanwijzing naar redelijkheid beoordeeld.